Testamenten

Afdrukken

Testamenten van Heesche erflaters gepasseerd voor schepenen te Heesch en notarissen te ´s-Bosch en elders.

Read More

  • test. 25.4.1685 (R.A. Heesch 56, fol. 2) Aert Joosten, te Heesch; ligt ziek te bed; vermaakt aan Aert Aert Joosten, zijn zoon, al zijn goederen, welke hij als weduwnaar verwierf;
  • test. 10.8.1685 (R.A. Heesch 56, fol. 8) Leunis Jan Leunis en Mechtelt Bastiaens, echtelieden, wonen te Heesch; de testateur ligt ziek te bed; vermaken hun goederen aan de langstlevende;
  • test. 28.5.1686 (R.A. Heesch 56, fol. 11v) Jacob Peters Timmermans en Lijsken, echtelieden te Heesch; de testatrice ligt ziek te bed; vermaken aan de langstlevende de tocht van hun erfgoederen; schenken legaten aan hun zoon Leendert (timmergereedschap), hun dochter Derrisken (beste kist en kast), en Lambert Willems, hun dochters zoon;
  • test. 25.8.1687 (R.A. Heesch 56, fol. 18) Willem Lambers, te Vechel, gezond; vermaakt aan zijn zoon Lamert Willems een stuk akkerland op den Waterlaet te Heesch en de beste koe uit zijn stal; overlijdt Lamert zonder wettige nakomelingen, gaat het legaat aan de naaste vrienden van de testateur;
  • test. 25.8.1687 (R.A. Heesch 56, fol. 19) Peter Arts, te Heesch, ligt ziek te bed; herroept alle vorige testamenten; vermaakt al zijn goederen aan zijn kinderen; verzoekt tot voogden over zijn jongste kind en andere onmondige kinderen aan te stellen: Aert Janssen, Jan Janssen den Dicken, Cornelis Roeloffs en Cornelis Lamers;
  • test. 7.10.1687 (R.A. Heesch 56, fol. 19v) Lambert Meussen en Jenneken Thonissen, echtelieden; de testatrice ligt ziek te bed; legateren aan de kinderen van Gerrit Thonisse verwekt bij Empken Janssen, en aan Teuneken Gerrits; alle andere goederen gaan naar hun `rechte´ erfgenamen;
  • test. 3.8.1691 (R.A. Heesch 56, fol. 22v) Huijbert Jan Huijberts, `sieck ende cranck sittende in sijnen stoel´; herroept vorige testamenten; wil dat zijn na te laten goederen, ook die welke hij in vruchtgebruik heeft, gelijkelijk worden verdeeld; vermaakt aan Jan en Lijsbeth zijn kinderen, het koorn dat in huis is; benoemt tot tast. voogden over zijn onmondige kinderen: Theunis Aellers, Hendrick Huijbers, Jan Jan Hensen en Arien Geurts; universeel erfgenamen: zijn kinderen;
  • test. 17.2.1692 (R.A. Heesch 56, fol. 25) Meriken Thonissen, weduwe van Joost Roeloffs, ligt ziek te bed; vermaakt aan Roeloff Joosten 100 gl. en een mud rogge vooruit; vermaakt aan haar nog ongetrouwde kinderen hun uitzet zoals ook de gehuwde kinderen hebben gehad; vermaakt aan Dirrisken dr. Wellen Dircx `als sij tot haer mundige jaeren gecomen sal sijn´ haar moeders rok en 25 gl.; de overige goederen zullen verdeeld worden door Meriken´s kinderen;
  • test. 14.4.1692 (R.A. Heesch 56, fol. 27) Jan Jacob Hermens en Dirrisken Lamberts, echtelieden, won. Heesch; Dirrisken ligt ziek te bed; vermaken alle gerede en ongerede goederen aan de langstlevende; na het overlijden van de langstlevende zullen de goederen naar de verwanten van de betreffende huwelijkspartner gaan, welke ze heeft ingebracht;
  • test. 4.2.1693 (R.A. Heesch 56, fol. 28) Marijken Roeloffs, ligt ziek te bed; vermaakt 100 gl. aan de arme ingezetenen van Heesch (50 gl.) en Nistelrode (50 gl.); vermaakt haar overige geldelijke bezit eensdeels aan haar moeder Anneken, huisvrouw van Jan Joost Roeloffs, en voor de andere helft aan haar half- broers en -zusters;
  • test. 10.4.1693 (R.A. Heesch 56, fol. 29) Reijnder Theunisse en Jenneken Janse, echtelieden, won. Heesch; de testateur ligt ziek te bed; vermaken aan de langstlevende den achtersten hoff te Heesch tussen (oost) Jan Huijberts, (west) de testateurs, (noord) de Kerckweg, en (zuid) de gemeente van Heesch;
  • test. 15.4.1693 (R.A. Heesch 56, fol. 30) Thonis Delis Thonis Melissen, ligt ziek te bed; vermaakt al zijn gerede en ongerede goederen te weten paarden, beesten, koren `soo gedorst en gewandt´ en alle vruchten op het veld aan Lambertje Jan Thonis Delissen, weduwe van Geert Cornelissen; na haar dood erven haar kinderen de vaste goederen en erfhuisraad; aan Thonij Peters, Geurt Arien Vossen, Jan Ruelens op den Papendijck, Hendrick Wouters te Oss, en Reijnder Thonis Melissen vermaakt hij elk 1 pond groot (6 gl.);
  • test. 18.7.1695 (R.A. Heesch 56, fol. 32v) Jan Claes Peeters, ligt ziek te bed; vermaakt aan zijn zuster Frensken, weduwe van Willem Janssen: zijn huis, hof en boomgaard aan de Wijst te Heesch, een streep land of wei bij de Coeckenbosch aldaar, zijn roerende goederen, het koren op het veld en zijn andere gerede en ongerede goederen;
  • test. 5.7.1700 (R.A. Heesch 56, fol. 96v) Peeter Rutten, won. Heesch; test. 8.3.1703 (R.A. Heesch 57, fol. 7v) Gijsbert Janssen en Meck
    dr. Jan Gijpen
    , echtelieden; de testatrice ligt ziek te bed; zij vermaakt aan haar man een huis en hof aan de Wijst te Heesch;
  • test. 31.5.1713 (R.A. Heesch 57, fol. 83) Steeven Dirckx Claessen en Lijsken Jan Steevens, echtelieden; Steeven ligt ziek te bed; hij vermaakt aan zijn vrouw Lijsken een huis met `den dries´ genaamd `Dirck Claessen oude huijs´;
  • test. 24.5.1713 (R.A. Heesch 57, fol. 85) Gerris Schuermans en Anna Maria Janssen, echtelieden; Gerris is ziek; vermaken aan de langstlevende hun goederen: hun huis, hof, schuur en andere landerijen die zij samen van Aert van Hoeck hebben gekocht, dit om de resterende som van 1000 gl. te kunnen betalen die zij nog schuldig zijn aan Aert van Hoeck en 400 gl. die zij te ´s-Bosch opgenomen heb- ben;
  • test. 25.10.1717 (R.A. Heesch 59, fol. 1v) Jenneken Dirck Claessen en Gijsbert Jacobs, echtelieden; de testatrice ligt ziek te bed;
  • test. ná 27.12.1714 (R.A. Heesch 59, fol. 6v) Anna Maria van den Broeck, weduwe van Gerrit Schuermans, vrouw van Johan Vermeulen, molenaar en inwoner van Heesch, gezond; benoemt tot universeel erfgenaam van de goederen uit haar tweede huwelijk haar man Johan Vermeulen; de goederen uit het eerste huwelijk, waarvan de testatrice het tochtrecht heeft, zal Jan Schuermans, haar zoon, erven;
  • test. 23.3.1734 (R.A. Heesch 39, fol. 123v) Maria Janse Willems, weduwe van Jan Renders van Venrooij, ligt ziek te bed; benoemt tot universele erfgenamen haar kinderen uit haar huwelijk met Jan van Venrooij; prelegateert aan haar kinderen Gerrit Janse van Venrooij en Antonij Janse van Venrooij ieder 150 gl. zoals ook Render Janse van Venrooij en Teuniske Janse van Venrooij, huisvrouw van Roelof Janse van Nisterooij, ieder 150 gl. hebben genoten als huwelijksgift; benoemt tot voogden over haar onmondige kinderen: Dries Renders van Venrooij en Peter van Caathoven;
  • test. 22.1.1735 (R.A. Heesch 39, fol. 132v) Antonij Janse van Venrooij, ± 19 jaar, ligt ziek te bed; benoemt zijn broer Gerrit Janse van Venrooij tot universeel erfgenaam;
  • test. 21.7.1735 (R.A. Heesch 39, fol. 141) Hester Gijsbers van Hoek, weduwe van Johannes Hesius, gezond; verklaart alle voorgaande testamenten nietig; benoemt tot universele erfgenamen haar broers´en zusters´ kinderen en kindskinderen;
  • test. 5.6.1736 (R.A. Heesch 39, fol. 155v) Marcelis van Grunsven, jongeman, ± 60 jaar oud, won. Heesch; ligt ziek te bed; legateert aan Gerrit Ploegmakers, man van Maria van Grunsven, al zijn roerende goederen welke `in het huijs daer den testateur tegenwoordig in woont soude mogen bevonden werden´; benoemt tot universele erfgenamen: Gerrit Ploegmakers, man van Maria van Grunsven, zijn broers´ dochter (1/4), de kinderen van Gijsbert Jacobs Broekhoek en zalr. Jenneke van Grunsven zijn zuster (1/4: Gijsbert krijgt het tochtrecht), Elisabet van Grunsven, zijn zuster, weduwe van Paulus Peter Govers (1/4), Joost van Zeelant, zijn zusters´ zoon (1/8), en de kinderen van Nicolaas van Hoogstraeten en zalr. Jenneke van Zeelant, zijn zusters´ kleinkinderen (1/8);
  • test. 11.8.1737; voegt 19.8.1737 enige bepalingen toe; (R.A. Heesch 39, fol. 215v d.d. 11.8.1737; fol. 218v d.d. 19.8.1737) Maria Gijsbert Jan Willems, ± 84 jaar, won. Heesch, gezond; vermaakt aan Francis Joosten van Zeelant, zoon van haar broers´ dochter, die te ´s-Bosch woont, de helft van een huis met hof en aangelegen erf op Sochel te Heesch; benoemt tot universele erfgenamen de 4 kinderen van zalr. Joost van Zeeland en zalr. Frederixke Willem Gijsberts en de 3 kinderen van zalr. Jan Peter van Dijk en zalr. Jeuxke Jacobs van de Poel;
  • test. 19.1.1745 (R.A. Heesch 40, fol. 324v) Anna Maria van den Broek, eerst weduwe van Gerardus Schuurmans, laatst weduwe van Jan Vermeulen, ± 65 jaar, won. Heesch; ligt ziek te bed; legateert aan haar dienstmaagd Anneken Willems Versteegen o.a. `den geheelen winkel met al het geene daar aan dependeert en behoort´; benoemt tot universele erfgenamen de vier kinderen van zalr. Jan Schuurmans en Johanna Vermeulen, haar kleinkinderen;
  • test. 20.10.1753 (R.A. Heesch 42, fol. 18) Mechel van den Heuvel, weduwe van Gerardus van Roothuijsen, ± 55 jaar, won. Heesch; legateert aan haar zoon Aalbert van Roothuijsen 4 hond hooiland in Bruijnenhoef te Lithoijen en 1/2 morgen in de Geer aldaar, haar runderen, de gewassen op het veld en het geld dat zij betaald heeft voor het inkopen van de vorsterij voor haar zoon Aalbert; hij zal in ruil hiervoor zijn tante Maria van Roothuijsen gedurende haar leven moeten onderhouden en haar een eerlijke begrafenis geven; Mechel legateert aan haar dochter Elisabeth van Roothuijsen 300 gl., haar kleding, haar wollen en linnengoed, een gouden ketting met slot, een gouden ring en oorringen, en een bed met `peuling´ en twee kussens; aan Dirk van Roothuijsen, haar zoon, vermaakt ze 100 gl.; ze benoemt tot haar universele erfgenamen haar kinderen en bij hun vooroverlijden de kleinkinderen;
  • test. 28.12.1754 (R.A. Heesch 42, fol. 100v) Hendrina van de Rakt, ± 56 jaar, wonende te Heesch, ziek te bed liggend; benoemt tot universeel erfgenaam: Arien van de Rakt, haar broer; na zijn dood diens kinderen verwekt bij zalr. Adriaentje van de Pas, of bij zijn huidige vrouw Cristina van der Putten, weduwe van Peter van de Camp;
  • test. 1.7.1756 (R.A. Heesch 42, fol. 156) Jan Huijberts van de Pas, ± 63 jaar, wonende te Heesch, ziek te bed liggend; benoemt tot universele erfgenamen: de vier kinderen van Arien van de Rakt en diens eerste huisvrouw Adriana Huijberts van de Pas, en Joost Francisse Timmermans verwekt bij Maria Huijberts van de Pas;
  • test. 10.1.1762 (R.A. Heesch 43, fol. 117) Jan Huijberts van de Pas, ± 65 jaar; benoemt tot universele erfgenamen: Maria van de Rackt, vrouw van Cornelis van Rooij, Peternel van de Rackt, vrouw van Hendrick Ruijs, Anne Maria van de Rackt, Johanna van de Raekt, vrouw van Johannis van Groenland, Joost Timmermans, en Catharina Timmermans, vrouw van Christiaan van Rooij;
  • test. 9.1.1764 (R.A. Heesch 44, fol. 11v) Juffrouw Henderina Strick, ongehuwd, 75 jaar, wonend te Heesch, gezond; legateert bed- degoed, kleding e.d. aan haar dienstmeid Allegonda van Son; benoemt tot universeel erfgenaam: haar zuster Claare Strick te ´s-Bosch (en bij haar vooroverlijden haar wettige kinderen in eerste en tweede echt verwekt) en de drie kinderen van haar overleden broer Christoffel Strick en zalr. Maria van Dijk;
 

Kerkelijke Geschiedenis

Afdrukken

De oudste parochiekerk van Heesch, gewijd aan St. Petrus-Banden, stond tot 1868 op de hoek Goorstraat-Osseweg, op de plaats waar later ´Kustershof´ stond en nu een braakliggend terrein is

Read More

Het schip en koor dateerden uit de vijftiende eeuw in tegenstelling tot de toren, die onderdeel moet zijn geweest van een oudere kerk (14e eeuw). De toren was een vlakopgaand bouwwerk met aan iedere zijde één galmgat. Onder de stompe spits werd de torenromp afgesloten door een rondboogfries dat waarschijnlijk op de hoeken overging in lisenen. Ook lager bevond zich nog een boogfries.
Van deze kerk zijn een drietal tekeningen bewaard gebleven, twee vervaardigd door Cornelis Pronk, waarvan één gedateerd 1728, en één van de hand van de landmeetkundige Hendrik Verhees van 27 juni 1787 (onder). Wanneer we de tekening van Verhees vergelijken met Pronk kunnen we constateren dat Verhees de schipmuren in verhouding tot het dak te hoog heeft getekend. De vijftiende-eeuwse kerk was pseodobasilikaal en telde vijf traveeen. Het zeer grote dak stak een klein stukje boven de torenromp uit. Het koor was lager dan het schip en had mogelijk een andere wijze van leibedekking dan het schip en droeg een dakruiter op de nok.

 

Oudste vermelding van Heesch in 1191

Afdrukken

1191,Hendrik van Cuijk draagt zijn allodium in Herpen met toebehoren over aan Hendrik I, Hertog van Brabant, die het hem weer in leen teruggeeft tesamen met een grote som geld en de tiende van `Heze´ met toebehoren.

In nomine sancte et individue trinitatis. Notum sit tam futuris quam presentis quod dominus Henricus de Kuijc alodium in Herpen cum omnibus attinentiis ei uxore ei Sophia et filio ei Alberto presentialiter presentie tib domino Henrico duci Lotharingie donavit et idem in feodum ab eo ipse et fili ei recepunt. Dux autem in reconpensatione predicte donationis XV eas novorum Coloniensium dedit et insuper decimam in Heze cum integritate qua eam possedit predicto (Henrico) et filio ei in feodum concessit tali conditione firmissi et apposita quod si Henricus sine filio derdedet filiain omnibus predictis boni feodalem iustitiam olaneret. Si u penit sine persone de tedet cuicumque dominus Henricus de Kuic assignare vellet de manu ducis absentis reradies ..... alique in feodum recipet. Ad si forte in urta sua nulli assignaret post morte eiusdem   


Walterus de Remmena.
Rulindus de Lovanio.
Idem fac alia domini Henrici de Kuic.
Thideric de Batenburg.
Robertus de Litte.
Egeno de Haren.
Hubertus de Busenchem.
Wernerus Alberto de Langele.
Berenfrid de Herpen.
Hermannus de Loen


et alii quamplurii utriusque parti

 

Bron: Algemeen Rijksarchief Brussel (ARAB), Charters van Brabant no. 5, 1191

 

Uitgifte van de Gemeint

Afdrukken

Jan III, hertog van Brabant, geeft aan de lieden van Heesch de gemene gronden te Heesch uit tegen een voorlijf van 130 pond Leuvens en een jaarlijkse erfcijns van 6 pond Leuvens.

ORIGINEEL:
Nos Johannes dei gratia Lotharingiae Brabantiae et Lijmburgiaedux notum fieri volumus protestantii quod nos hominibus villae nos-trae de Hees, ob nostram et ipsorum utilitatem dedimus et damusper praesentes communitatem dictae villae de Hees, in mericis, pa-ludibus et in aliis quibuscumque tam in humidis, quam in siccis con-sistentem infra ipsam villam et circa eandem iacentem usque ad li-mitationes communitatum aliarum vllarum circumiacentium ab ipsisiure hereditario perpetue obtinendam et habendam ad communemusum eorum pro centum et triginta libris Lovaniensibus, nobis no-mine prelivii dicti vulgariter voerlieff ab iis traditis et solutis, et proannuo et hereditario censu sex librarum Lovaniensium nobis, et postnos nostris heredibus et successoribus a dictis hominibus villae de Hees, pro dictis eorum communitatibus reddendis et solvendis, annoquolibet in dicta villa de Hees, eo termino, quo reliqui census nostriibidem sunt solvendi. Et indulgemus ac concedimus dictis hominibusvillae nostrae de Hees, pro relevatione eorundem, quod ipsi, de dictis eorum communitatibus, tam in una parte vel in pluribus simul etsuccessive, sicut placuerit, aut pro ut sibi magis erediderunt expedire, non vocando nec requirendo ad hoc nos, vel nostros officiatos,vendere et exhibere ulterius pro annuo et hereditario censu, liberevaleant, de quanto ipsi dictam summam, centum et triginta librba-rum Lovaniensium, nobis ab iisdem nomine praelevii, pro dictis communitatibus solutam recepiant et de quanto ipsi anno quolibetsex libras Lovanienses annui et hereditarii census percipiant et obti-neant in subsidium solutionis dicti annui census sex librarum Lova-niensium nobis annuatim ab ipsis pro dictis communitatibus solven-darum, praemissa vero omnia et singula pro ut superius sunt con-scripta promittimus pro nobis, nostrisque post nos heredibus et suc-cessoribus dictis hominibus seu communitatibus dictae villae nostraede Hees eorumque heredibus et successoribus in perpetuum inviola-biliter observare et ut omnia et singula praescripta maiorem obtine-ant securitatem has litteras nostri sigilli munimine fecimus commu-niri in testimonium supra eo rogantis insuper dilutos milites et fide-les nostros Ottonem Dominum de Kuijc et de Everlee, Rogerum deLevendale castellanum Bruxellensem, Rodolphum Pipenpoij domi-num de Blaersfelt senescallum nostrum Brabantiae, et Hendricus deOs camerarium nostrum dilectissimum quatenus sua sigilla his literisuna cum sigillo nostro in testimonium apponant omnium praemisso-rum. Et nos Otto dominus de Kuijc et de Everle, Rogerius de Leven-dale castellanus Bruxellensis, Rudolphus Pijpenpoij de Blaesveltseneschallus Brabantiae et Hendricus de Os camerarius, milites etfideles domini nostri ducis praelibati, ad ipsius requisitionem sigillanostra, una cum sigillo suo in testimonium omnium praemissorum,praesentibus litteris fuerunt appensadatum et actum Lovanii feria tertia ante festum beati Lucae Evange-listae Anno Domini millesimo trecentesimo vicesimo nono
VERTAALD:
Wij Johannes bij de gratie Gods hertog van Lotharingen, Brabant en Limburg willen bekend maken dat wij aan onze lieden van ons dorp Hees, teonzer en hunner gebruik hebben uitgegeven en bij deze uitgeven de gemeint van het genoemde dorp Hees, bestaande uit bouwland, woeste gronden en andere waar dan ook gelegen, zowel natte als droge gronden, gelegen binnen genoemd dorp tot aan de grenzen van de gemene gronden van de andere naburige dorpen, om door hen rechtens erfelijk en eeuwig verkregen en gehouden te worden tot hun gezamelijk gebruik, tegen een praelevium (=vóórheffing/voorlijf) doorgaans genaamd voerlieff van 130pond Leuvens te onzer name, door hen over te dragen en af te lossen, entegen een jaarlijkse en erfelijke cijns van 6 pond Leuvens aan ons en na ons aan onze erven en opvolgers door genoemde lieden van het dorp Hees voor hun gemene gronden over te dragen en af te lossen, jaarlijks op dezelfde wijze en op dezelfde termijn als onze andere cijnzen in het ge-noemde dorp Hees gelost moeten worden. En wij staan genoemde lieden van ons dorp Hees toe en stemmen ermee in, dat zij te hunner behoeve, van hun genoemde gemene gronden, één of meerdere delen, tegelijk ofsuccessievelijk, als het hun bevalt of als zijzelf meer besluiten te vervreemden, mogen verkopen en meer uitgeven tegen een jaarlijkse en erfelijkecijns, zonder aan ons of onze beambten toestemming te hoeven vragen.Dat zij mogen bepalen wanneer zijzelf genoemde som van 130 pond Leuvens aan ons als voorlijf  voor genoemde gemene gronden beginnen af te lossen, en wanneer van hen jaarlijks de jaarlijkse en erfelijke cijns van 6pond Leuvens ontvangen en verkregen wordt ter betaling van genoemdejaarlijkse cijns van 6 pond Leuvens, aan ons jaarlijks door hun voor genoemde gemene gronden te voldoen. Wij beloven genoemde lieden of in-woners van genoemd dorp Hees en hun nazaten en opvolgers, het voorafgaande werkelijk in zijn geheel, overeenkomstig met hetgeen tevoren is opgesteld, voor ons, de onzen en na ons onze erven en opvolgers, eeuwigonverbrekelijk en onherroepelijk te onderhouden en om al hetgeen voorschreven staat meer zekerheid te verlenen hebben wij ter getuigenis dezebrieven bekrachtigd met ons zegel en hebben wij daarenboven onze goederidders en getrouwen Otto, heer van Kuijc en Heverlee, Rogier van Leefdaal, burggraaf van Brussel, Roelof Pipenpoij, heer van Blaersveld, onzeseneschalk van Brabant en Hendrik van Os, onze zeer gewaardeerde ka-merheer om aan deze brieven hun zegels samen met het onze te bevestigen ter getuigenis van al het voorafgaande.En wij  Otto, heer van Kuijc en Heverlee, Rogier van Leefdaal, burggraafvan Brussel, Roelof Pijpenpoij van Blaersveld, seneschalk van Brabanten Hendrik van Os, kamerheer, ridders en getrouwen van onze heer de hertog, hebben op diens verzoek onze zegels samen met het zijne aan deze brieven bevestigd ter getuigenis van al het voorafgaande.

Akte Leuven d.d. 3 dagen voor de feestdag van St. Lucas Evangelist (=18 oktober) in het jaar des Heren 1329 = 15 oktober 1329

Het origineel charter is verloren gegaan. Een afschrift ervan berust in een compilatie van `Pootchaarten en Uitgiften van Gemeentens´ (fol. 314v-315v) in het Archief van de Leen- en Tolkamer in het Rijksarchief te ´s-Bosch.
Bron: R.A.N.B., Archief van de Leen- en Tolkamer over de stad en Meierij van ´s-Hertogenbosch (1605-1795)
Lees meer...
 

Bestuurlijke geschiedenis Heesch

Afdrukken

In tegenstelling tot nabijgelegen dorpen als Geffen, Nuland, Berlicum, Lith, Lithoijen, Megen etc. en de dorpen in het latere land van Ravenstein heeft Heesch nooit een eigen heer gekend, maar altijd rechtstreeks onder de landsheer geressorteerd, in dit geval de Hertog van Brabant.
Deze was voor zijn hertogdom alleen leenplicht verschuldigd aan de Duitse keizer.

De hertog bezat in Heesch de hoge en lage justitie, het patronaatsschap van de parochiekerk en het tiendrecht. Reeds in de 12e eeuw zien we dat de hertog zijn tiendrecht in leen uitgeeft aan zijn nieuwe vazal Hendrik van Cuijk. De hertog bezat daarnaast ook het windrecht en wildregaal.
In de 14e eeuw geraken deze geleidelijk in andere handen. In 1329 geeft Hertog Jan III van Brabant de gemene gronden in Heesch uit aan de lieden van Heesch tegen een bedrag van 130 pond Leuvens en een jaarlijkse erfcijns van 6 pond Leuvens; in 1355 geeft hij aan Alard van Oss het gemaal (windrecht) in Oss c.a. waaronder ook Heesch. Deze mocht vervolgens ingenoemde dorpen zogenoemde dwangmolens oprichten, d.w.z. alleen daar mocht men zijn graan malen.

In 1386 beleent hertogin Johanna van Brabant de kwartierschout van Maasland, Jan Roeverszn. van Vladeracken met de vorsterijen en schutterijen van Oss met Berghem, Heesch, Nistelrode en Lithoijen en het schrijfambt van Maasland, waaronder ook Heesch viel (1).
Ook het gruitrecht in Oss, Berghem, Heesch en Nistelrode, een heffing op het bier, van oorsprong een hertogelijk recht, kwam in particuliere handen: in de 17e eeuw was het in handen van de familie Van Daverveld.
Uiteraard was de hertog voor het toezicht op bestuurlijke aangelegenheden in deze gebieden afhankelijk van zijn ambtenaren. Het hertogdom Brabant was onderverdeeld in een aantal bestuurseenheden. Stad en Meierij van ´s-Hertogenbosch was wel de meest noordelijke. Hier had de hertog een hoofdschout als zijn vertegenwoordiger aangesteld, die niet alleen belast was met het bestuur in deze gebieden, maar ook met hoge (o.a. halszaken) en lage justitie in de stad ´s-Bosch en in die plaatsen, welke rechtstreeks onder de hertog ressorteerden of alleen een lage heerlijkheid kenden.

De meierij was weer onderverdeeld in 4 kwartieren, Maasland, Peelland, Kempenland en Oisterwijk, ieder bestuurd door een kwartierschout. In het kwartier Maasland, waartoe ook Heesch toe behoorde, had de kwartierschout zijn zetel te Oss. Hij was belast met het bestuur en de lage justitie in de omliggende dorpen. Hierin werd hij bijgestaan door de diverse schepenbanken. In het begin zat hij de vergaderingen nog zelf voor en leidde hij de gedingen in de zg. dingbank (processen).
Door uitbreiding van zijn taken zag hij zich echter genoodzaakt in de afzonderlijke dorpen plaatsvervangers, stadhouders te benoemen die in zijn naam de vergaderingen voorzaten. Reeds in de 14e eeuw blijkt Heesch een eigen schepencollege te hebben gehad. Dit college bestond, voor zover we na kunnen gaan steeds uit 7 personen, waarvan één president-schepen.

Inkomsten en uitgaven van het dorp werden gecontroleerd door zg. borgemeesters, 2 in getal, die ieder jaar een rekening dienden te overleggen en verantwoording verschuldigd waren aan de schepenen. De zorg voor de sociaal zwakkeren was in handen van de Tafel van de Heilige Geest ook wel Armentafel genoemd, die onder bewind stond van 2 Heilige Geest- of Armmeesters. Ook dezen dienden verantwoording af te leggen aan de schepenen.
 
Na 1648 dienden ook de kerkmeesters die eerst samen met de pastoor het financieel beheer hadden van parochie en kerk, een rekening in te dienen bij het schepencollege.
De schepenen werden gerecruteerd uit de eigengeërfden van het dorp, zij die niet armlastig waren en een bepaald minimum aan grond bezaten.
Daarnaast waren er de gezworenen, bestaande uit oud-schepenen die in gewichtige zaken mee dienden te beslissen. Schout en schepenen, borgemeesters, armmeesters, kerkmeesters, gezworenen en geerfden vormden gezamelijk het Corpus van het dorp, een vergadering die bijeengeroepen werd bij bijzondere gelegenheden: oorlog, aangaan van leningen e.d..

De schepenen werden bij de uitoefening van hun taken bijgestaan door de secretaris die al hun handelingen en besluiten op schrift diende te stellen, doch die aangezien het een particulier ambt betrof, geen of bijna geen verantwoording verschuldigd was, en de vorster of gerechtsdienaar, tegelijk schutter, die zorgdroeg voor de openbare orde, bode was voor het college en zorgdroeg voor het schutten van het vee. Ook dit ambt was in particuliere handen.

De diverse belastingen, op het hoornvee, diverse gewassen e.d. werden uitbesteed aan particulieren tegen een vantevoren vastgestelde pachtsom.
Uiteraard probeerden dezen er meer uit te halen dan ze erin gestoken hadden, een zeer lucratieve bezigheid!
Bij het aangaan van grote werken, brand, oorlog en ander onraad moest men uiteraard de hulp inroepen van de (mannelijke) inwoners, de ´gemeijn nabueren´. Met het doel deze zo snel mogelijk te mobiliseren had men het dorp verdeeld in een aantal buurtschappen, rotten. De leiding van ieder rot werd in handen gegeven van zg. rotmeesters. Heesch kent van oudsher 11 rotten.

1) R.A.N.B., Archief van de erfsecretarie van Maasland 15

 

Pagina 2 van 3

<< Start < Vorige 1 2 3 Volgende > Einde >>